Tricia: "Verloren, maar niet vergeten"

Het verhaal van Tricia Romeyn. 

Omringd door familie, kerk, school en vrienden, en toch zo ontzettend eenzaam. Ik voelde me verloren in een grote wereld, zo eenzaam met zoveel mensen om me heen. Zoveel mensen begrepen me niet of zagen me niet. Ze zagen niet wat ik moest doorstaan. Maar er was Eén die me wél zag. Hij droeg me erdoorheen. Hij is de reden dat ik ben waar ik nu ben.

‘Mijn lieve kind, toen ’t moeilijk was, toen heb Ik jou gedragen.’

— Ontleend aan Voetstappen in het zand van Mary Stevenson

Het misbruik door mijn vader begon toen ik zeven jaar oud was. Het begon ermee dat hij uitlegde dat hij me zou leren hoe ik later een goede echtgenote kon worden. Elke keer dat het misbruik plaatsvond, begon dat met een gebed. Dit leidde tot een periode van enorme verwarring en pijn. Ik vond het vreselijk wat er gebeurde, maar als dit was wat God van me vroeg — en mijn vader (een ouderling in de kerk) zei dat het de juiste weg was — wie was ik dan om tegen hem in te gaan?

De jaren verstreken en ik durfde niet ongehoorzaam te zijn, me ertegen te verzetten of iemand te vertellen wat er aan de hand was. Toen ik een jaar of twaalf of dertien was, zei mijn vader dat ik hier met niemand over mocht praten. Op dat moment besefte ik dat dit niet klopte. Als mijn vriendinnen dit ook zouden meemaken, zouden we er toch samen over kunnen praten? Maar hoe kon ik toegeven dat dit al jaren aan de gang was? En hoe kon ik toegeven dat ik nooit had teruggevochten of geprobeerd had het misbruik te stoppen? Mensen zouden me voor gek verklaren. Ze zouden het niet begrijpen. Het misbruik ging door.

Elke avond was ik doodmoe, maar tegelijkertijd doodsbang om in slaap te vallen. Wat als hij zou komen? Ik herinner me dat ik tot God bad en Hem smeekte om me ook maar één nacht te laten slapen. Ik was zo moe. Toen voelde ik een diepe rust en vrede en wist ik dat ik kon slapen. Ik voelde dat er die nacht niets zou gebeuren. En hij kwam die nacht inderdaad niet.

Dit heb ik vaker meegemaakt. Maar op een avond, toen ik het gevoel had dat ik kon slapen en net begon weg te dommelen, hoorde ik zijn voetstappen. Ik was boos — boos op God. U gaf me het gevoel dat ik kon slapen, maar hij is hier.

Hij opende de deur, stapte naar binnen, bleef even staan, draaide zich toen om en vertrok.

God was daar. Hij beschermde me. Hij is me niet vergeten.

Dit leidde tot worstelingen in mijn relatie met God. Als Hij het op sommige nachten kon tegenhouden, kon Hij dat dan niet elke nacht doen? Waarom liet Hij dit toe? Ik verloor mijn vertrouwen in mensen, maar ook in God. Ik verloor de sprankeling in mijn leven.

Ik zocht mijn toevlucht tot muziek en verwerkte mijn emoties achter de piano. Uiteindelijk kon ik niet meer spelen, omdat ik daar zoveel negatieve emoties had geuit. God heeft dat deel van mij genezen. Nu geniet ik weer volop van het pianospelen en gebruik ik mijn talenten om Hem te eren.

Ik ging op zoek naar acceptatie en liefde. Ik verlangde er wanhopig naar om te voelen dat iemand om me gaf. Mijn zoektocht naar aandacht ontaardde in het zoeken naar negatieve aandacht. Het was nooit een bewuste keuze; zo groeide ik er gaandeweg in. Dit leidde tot leugens en nog meer leugens. Het kon me niet meer schelen wat mensen dachten of zeiden. Ik bevond me in een heel verdrietige en duistere situatie.

Ik probeerde iemand te vertellen wat er aan de hand was, en zij geloofde me. Maar toen het nieuws mijn ouders bereikte, werd mijn verhaal afgedaan als een leugen — alsof ik alleen maar aandacht wilde trekken. En daarmee was de kous af.

Twintig jaar later heeft zich nog een slachtoffer gemeld. En nu... nu geloven ze me. Het voelt bitterzoet. Ze geloven me nu wel, maar niet vanwege mijn eigen verhaal. Als dat andere slachtoffer zich niet had gemeld, zouden ze me dan nog steeds niet hebben geloofd? En het maakt me ontzettend verdrietig dat er nog een slachtoffer is.

De Heere herstelt de verbroken relaties met mijn broers, zus en moeder, die jarenlang beschadigd waren. Daar zijn jaren van gebed aan voorafgegaan, waarin ik God smeekte om hun de waarheid te laten zien. Om me te geloven. Om me te zien.

Hij heeft me het geduld gegeven om te wachten en te aanvaarden wat er is gebeurd. Hij heeft me geleerd erop te vertrouwen dat alles ten goede keert, op Zijn tijd.

God heeft de afgelopen twintig jaar veel mensen op mijn pad gebracht die voor mij tot zegen zijn geweest. Hij heeft me overvloedig gezegend en me de kans gegeven om iets te betekenen voor anderen die ook seksueel misbruik hebben meegemaakt. Ik bid dat ik een teken van hoop mag zijn voor hen die door hun donkerste uren gaan.

‘Maar wie de HEERE verwachten, zullen hun kracht vernieuwen, zij zullen hun vleugels uitslaan als arenden, zij zullen snel lopen en niet afgemat worden, zij zullen lopen en niet moe worden.’

Jesaja 40:31