Jocelyn: "Ook wanneer ik Hem niet zocht, liet God mij niet los"

Het verhaal van Jocelyn Heidweiller. 

Soms lijkt God ver weg, maar zelfs als je Hem niet actief zoekt, is Hij altijd bij je. In mijn leven waren er twee periodes waarin ik God nauwelijks voelde, maar juist in die donkere tijden droeg Hij mij en leidde Hij mij stap voor stap terug. Door mijn ervaringen met misbruik leerde ik dat, hoe donker het ook kan zijn in het leven, God nooit loslaat.

De eerste periode was nadat ik als tiener mijn ouders vertelde over het misbruik, de tweede zo’n zestien jaar later, toen ik er echt over moest praten. Achteraf zie ik dat God mij juist in die tijden droeg. In de mensen die Hij op mijn pad bracht, in de bescherming die ik ervoer en in de weg die zich steeds ontvouwde. Ook al zocht ik Hem niet, ik ben gaan zien dat, wat er ook gebeurt, God niet loslaat en je altijd bij Hem mag terugkomen.

Als kind ben ik misbruikt door een toenmalige oom. Jarenlang hield ik mijn mond; praten lukte simpelweg niet. Als tiener zei ik tegen mijn ouders: “Ik wil met kerst niet naar de familie, oom heeft aan me gezeten.” Ik deed aangifte van dat ene wat ik kon delen en zweeg daarna weer. Een poging tot hulp liep vast toen ik volledig dissocieerde. Vanaf dat moment deed ik geen poging meer om te praten.

Ik leefde mijn leven en bleef vooral bezig. Studeren, werken, reizen, sporten; alles om maar niet stil te hoeven staan. Ondertussen droeg ik overtuigingen met me mee als: ‘Ik ben niets waard, mijn lichaam mag misbruikt worden, ik kan er net zo goed niet zijn.’ Mijn emotionele welzijn schommelde en ik zag steeds beelden. Een begin, midden en eind; ik duwde ze direct weer weg.

Kerk was voor mij vooral gewoonte. Ik ging, maar zonder werkelijk besef van God. Kort nadat ik als vijftienjarige het geheim aan mijn ouders vertelde, besloot ik dat ik kerk niet meer nodig had. Daarmee sloot ik ook de deur naar God, zo dacht ik althans. Want God riep mij terug door een droom.

De droom: ik werk in een nachtclub en dans voor oudere mannen. Ik voel me leeg en niets waard. Dan hoor ik mijn naam roepen, drie keer, en loop ik naar buiten. Ik kom uit in de straat waar ik opgroeide, steek een brug over en zie, als ik me omdraai, dat alles achter me verdwenen is. Voor me ligt nu een groen pad met aan het einde een warm, wit licht dat heel veel liefde en veiligheid uitstraalt. Ik wil daarheen, maar zodra ik een stap zet, merk ik dat het pad uit kroos bestaat. Ik kan er niet heen.

Ik werd wakker en moest huilen. Ik besefte: God is echt. Hij liet mij zien hoe ik naar mezelf keek en dat Hij me daaruit wilde halen. Ondanks dat ik niet naar Hem zocht, bracht Hij mij terug bij Hem.

Dat betekende niet dat alles meteen veranderde. Hoewel mijn geloof groeide, bleven er onder andere een leeg en eenzaam deel in mij en de leugens. Ik kon niet praten over wat er was gebeurd. Zo liep ik jaren alleen met de gevolgen van het misbruik, zonder dat iemand echt wist wat er in mij omging.

Jaren later kwam er opnieuw een donkere periode. Ik werd ziek, stond volledig stil en kon niet meer doorgaan zoals ik gewend was. Alles wat ik had weggedrukt, kwam naar boven en het werd heel donker in mijn hoofd. Ik wist dat ik hulp moest zoeken en ging naar een christelijke psycholoog. In het begin kon ik nauwelijks praten. Vaak zat ik stil op de grond, later schreef ik alles op. Langzaam kwam er ruimte om te spreken, kon ik alles aankijken en ontdekte ik dat God juist op deze weg aanwezig was. Zo vroeg de psycholoog eens: “Hoe gaat het met jou en God?” Alsof het een startsein was om God weer actief in mijn leven te betrekken, kwamen er vrouwen op mijn pad die hetzelfde hadden meegemaakt en begon het van binnenuit weer te stromen. Ik zocht God weer actief op.

Achteraf zie ik dat God er altijd bij was. Hij hield de regie en liet mij nooit los. Ook wanneer ik Hem niet actief zocht, bleven Zijn armen open en mocht ik steeds weer terugkomen. Sinds die eerste droom weet ik:

Het licht dat mij vond, laat mij nooit meer los.

Jocelyn Heidweiller

📷 Foto: Robbert Roos